BATTLEFIELD CASUALTIES NEDERLAND
 
 
 
 
 
 

Achtergrondinformatie Battlefield Casualties Study


Operational Medicine Research ofwel onderzoek binnen het domein van de operationele gezondheidszorg heeft als primair doel het verbeteren van de medische operationeel logistieke keten teneinde de uitkomsten van gevechtsslachtoffers (Battle Casualties; BC) en militaire met niet-gevechtsgerelateerde letsels of ziekten (Diseases and Non-Battle Injuries; DNBI) te verbeteren.

Een van de belangrijkste pijlers binnen dit onderzoek is de Battlefield Casualties Study, dit BFC-onderzoek richt zich primair op de mentale en fysieke gezondheid van uitgezonden militairen en heeft een bijzondere focus op gevechtsslachtoffers uit Afghanistan.

De ISAF-missie in Uruzgan van februari 2006 tot augustus 2010 was een van de grootste militaire operaties van de Nederlandse krijgsmacht. In totaal zijn bijna 20.000 militairen uitgezonden naar Afghanistan. Daarvan is ongeveer 25 procent meer dan één keer uitgezonden. (Bron: Aanvulling Veteranennota 2012-2013 - BS2013025957). In die periode hebben ongeveer 200 militairen zogenaamde ‘Battlefield Injuries’ opgelopen. Verwondingen als gevolg van krijgshandelingen.

Het hoofddoel van het onderzoek is inzicht krijgen in de (lange termijn) impact van opgelopen letsel op de gezondheid van (ex)militairen en de procesgang van repatriëring na verwonding. Er wordt een systematische analyse gemaakt van de gehele medische logistieke keten: opwerktraject, pre-hospitale zorg, van de chirurgische ingrepen in het uitzendgebied, de repatriëring, postoperatieve behandelingen, het revalidatietraject tot en met de nazorg.

Heli-Ambulancers

Begin 2015 promoveerde KLTZ (AR) dr. Rigo Hoencamp en presenteerde de resultaten van zijn 5-jaar follow up studie onderzoek tijdens een geslaagde gewondendag. Een van de belangrijke conclusies daaruit is dat de ernst van de verwondingen niet gekoppeld is aan de kwaliteit van leven. Door realistische doelen te stellen en te praten over gevoelens kan revalidatie aanmerkelijk beter verlopen. Hiervoor blijkt de steun van familie en collega’s onontbeerlijk.

In 2017 promoveerde Kap-arts dr. Thijs van Dongen waarbij het onderzoek zich richtte op de organisatie van de medische zorg ten tijde van de uitzending van Afghanistan. De belangrijkste conclusies waren dat er tijdens de missie veel specialistische (trauma)zorg is geleverd en toont aan dat tijdens toekomstige opleidingen en voorbereidingen van medisch personeel hier aandacht aan besteed moeten worden. Daarnaast komt uit dit onderzoek naar voren dat het voor toekomstige studies van belang is dat er goede registratie van de letsels plaatsvindt. Inmiddels is de Nederlandse Militaire Trauma Registratie in een vergevorderd stadium van ontwikkeling en bijna operationeel.

Op dit moment lopen er ook andere promotietrajecten alsmede niet-promotie gebonden onderzoekslijnen. De opzet van de promotietrajecten staan hieronder omschreven.

Long-term physical fitness and mental well-being of Dutch Battlefield Casualties.

Dit bijna afgeronde promotieonderzoek van drs. Loes de Kruijff richt op de groep gewonden die heeft gerevalideerd bij het Militair Revalidatiecentrum Aardenburg (MRC) in Doorn. Uit de resultaten komt naar voren dat tweeënhalf jaar na het incident de kwaliteit van leven vergelijkbaar is met polytrauma patienten die op de intensive care hebben gelegen. Dit wordt beïnvloed door werk en hoe mobiel iemand is. Vijf jaar na het incident is er, in vergelijking met 2.5 jaar, geen groot verschil in hoe mobiel iemand is, in welke mate iemand participeert in het dagelijks leven en de kwaliteit van leven, maar er is wel een positieve trend. Dat hoe mobiel iemand is een belangrijk aandeel heeft in kwaliteit van leven, is te verklaren omdat er veel letsels van de benen/voeten zijn. Bij militairen met voetletsel als gevolg van een IED is de loopsnelheid en het activiteitenniveau beduidend lager dan de gezonde militairen. In het MRC is nu de mogelijkheid voor het aanmeten van een brace (defense offloading brace) die ontlast en waarschijnlijk een positieve invloed heeft op loopsnelheid en activiteitenniveau. Dit wordt nu verder onderzocht in toekomstige onderzoeken. Militairen die terugkijken op vervelende gebeurtenissen in hun leven en hierover piekeren en blijven hangen in het verleden hebben meer klachten van somberheid of angst, dan militairen die er iets positiefs uit halen. Dit geldt voor alle militairen en deze samenhang is niet sterker aanwezig bij de gewonde militairen.

Advanced Bleeding Management: Stop the bleeding

Dit onderzoek richt zich op het controleren van een levensbedreigende bloeding en dan met name in de pre-hospitale fase. Wij willen door middel van deze studie aantonen dat handelingen om een massale bloeding te controleren aan te leren zijn aan niet-medisch (specialistisch) personeel. Hieronder vallen onder andere handelingen als het aanleggen van een (junctional) tourniquet of hemostatische middelen, maar ook voorbehouden handelingen zoals het plaatsen van een intravasculaire ballonkatheter (Resuscitative Endovascular Balloon Occlusion of the Aorta [REBOA]). Daarnaast wordt gekeken naar het aantal slachtoffers dat in aanmerking komt voor deze potentieel levensreddende handelingen en hoe deze te implementeren in de huidige trauma opvang. Deze thema’s worden onderzocht door drs. Boudewijn Borger van der Burg, drs. Rayner Maayen en drs. Suzanne Vrancken.

Waardegedreven militaire zorg: verbeteren acute zorg uitkomst voor de militaire patiënt.

Kolonel Henk van der Wal MHBA MHA EMSD richt zich in zijn promotieonderzoek op het effectiever en efficiënter maken van de militaire gezondheidszorg vanuit het concept van waardegedreven zorg (Value-Based Health Care). Dit concept benaderd de zorg voor de militaire patiënt vanuit het borgen van de gewenste relevante medisch uitkomst, rekening houdend met de schaarse middelen (en financiën) binnen de militaire gezondheidszorg. De gewenste relevante medische uitkomst zal worden onderzocht door niet alleen de (militaire) zorgprofessional te betrekken, maar ook met name de militaire patiënt en de militaire commandant te vragen naar de voor hun gewenste uitkomst. Gewenste resultaten zijn het verbeteren van de kwaliteit van zorg, verminderen van de kosten en versterken van het (medisch) leiderschap.

(Pre-)hospitale toepassing van militaire diepgevroren bloedproducten

Groot of massaal bloedverlies komt veelvuldig voor bij traumapatiënten. Naast adequate behandeling van de bloeding is het noodzakelijk om het verloren volume weer aan te vullen. Defensie heeft de MAssive transfusion of Frozen bloOD (MAFOD) studie opgezet waarbij Tim Rijnhout onderzoek doet naar de veiligheid en effectiviteit van diepgevroren bloedplaatjes en plasma in de behandeling van dit massale bloedverlies. De diepgevroren producten zullen vergeleken worden met huidige standaard (op vloeistof) bewaarde bloedplaatjes en plasma in de behandeling van vaat- en traumachirurgische patiënten in Nederlandse ziekenhuizen. Het doel is om aan te tonen dat de diepgevroren producten minimaal even effectief en mogelijk zelfs effectiever zijn dan de huidige standaard producten bij de behandeling van massaal bloedverlies.

BFC-2: 10 jaar follow up


De data voor deze onderzoeken komt voor een groot deel uit een set uitgebreide, samengestelde en gevalideerde vragenlijsten, ingevuld door zowel BC’s en DNBI-casualties, als Afghanistan veteranen die niet gewond of ziek zijn geraakt tijdens hun missie. Echter, de follow-up periode betrof destijds 5 jaar en we weten dat missie-gerelateerde klachten soms pas veel later ontstaan. Dit is dan ook de reden dat in 2019/2020 de vervolgstudie van het BFC-onderzoek zal plaatsvinden (10 jaar follow up). De resultaten zullen worden vergeleken met de 5 jaar follow up studie en zal gekeken worden of er sprake is van bepaalde trends. Er zal dan ook weer een beroep worden gedaan op de deelnemers van de eerdere studie, hun hulp is onontbeerlijk!

Het onderzoeksteam


Het onderzoek wordt uitgevoerd en ondersteund door verschillende experts. Onder ‘onderzoeksteam’ kunt u de samenstelling vinden.

bfc@lumc.nl